Waslabel
de temperatuur en strepen bepalen de toegestane behandeling
Kies eerst de behandeling die je kleding nodig heeft. Een volle mand handdoeken vraagt iets anders dan een kwetsbare blouse. Met het waslabel en de programmatabel van je eigen machine wordt ook een lang programmamenu overzichtelijk.
Kies een wasprogramma dat past bij het waslabel en het materiaal. Stel daarna de temperatuur en extra opties in. Katoen, synthetisch, fijne was en wol verschillen ook in trommelbeweging en belading. Een handwasprogramma is alleen geschikt voor de stoffen die de programmatabel toestaat.
Een lage temperatuur maakt een gewone katoenwas niet tot een zachte wolwas. Lees daarom de hele programmarij: welk textiel erin mag, hoeveel droog wasgoed je mag laden en welke instellingen beschikbaar zijn. De kleinste toegestane belading geldt, ook als een extra optie het maximum verlaagt.
de temperatuur en strepen bepalen de toegestane behandeling
kwetsbare synthetische stoffen kunnen fijne was nodig hebben
het maximum per programma kan lager zijn dan de machinecapaciteit
zijn niet bij ieder programma beschikbaar
Het waslabel vertelt hoe warm én hoe voorzichtig je kleding gewassen mag worden. Het getal in de wastobbe is de maximale temperatuur. De strepen eronder zeggen iets over de beweging tijdens het wassen.
Een wastobbe zonder streep staat voor een normale behandeling. Eén streep vraagt een milde behandeling; twee strepen een zeer milde behandeling. Zoek daarbij een passend programma voor jouw textiel. Een hand in de tobbe staat voor handwas. Een doorgestreepte wastobbe betekent dat het kledingstuk niet gewassen mag worden, ook niet met de hand.
Let dus niet alleen op graden. Een katoenprogramma op lage temperatuur gebruikt nog steeds het wasverloop voor katoen. Het krijgt daardoor niet de voorzichtige beweging en pauzes van een wolprogramma.
Bron: GINETEX, uitleg van wassymbolen. Het verschil tussen temperatuur en wasritme blijkt ook uit de Miele-programmatabel. Geraadpleegd op 13 oktober 2026.
Katoen is bedoeld voor stevig textiel; synthetisch, fijne was en wol passen bij andere behandelingen. De vezelnaam alleen is niet genoeg. Een kwetsbare polyester blouse kan bijvoorbeeld fijne was nodig hebben, terwijl stevig polyester bij synthetisch past.
De tabel helpt je de basisnamen te herkennen. De genoemde wasritmes zijn voorbeelden uit de bekeken Miele-tabel; de precieze uitvoering verschilt per machine.
| Programma | Voor welk textiel? | Beweging | Belading en opties |
|---|---|---|---|
| Katoen | Stevig, wasbaar katoen en linnen | Intensief wasritme | Vaak grootste belading; temperatuur en extra opties per model |
| Synthetisch / kreukherstellend | Passende kunstvezels en mengweefsels | Normaal ritme, minder intensief dan katoen | Kleinere belading; temperatuur en centrifugeren per programma |
| Fijne was | Kwetsbaar, wasbaar textiel | Behoedzaam ritme | Kleine belading; let op centrifugeren en toegestane opties |
| Wol | Wol waarvoor deze behandeling is toegestaan | Handwasritme; bij Siemens lange pauzes | Kleine belading; beperktere keuze aan extra opties |
| Handwas | Alleen de stoffen uit de programmatekst | Zachte behandeling; soms onderdeel van wol of zijde | Geen vaste algemene grens; kijk bij de eigen programmarij |
‘Synthetisch’ betekent kunstvezels, zoals polyester en polyamide. ‘Kreukherstellend’ kan de naam van dat programma zijn. Bij Miele vallen ook mengweefsels en kreukherstellend behandeld katoen eronder. Die naam betekent dus niet dat het programma alle gekreukte kleding kan behandelen.
Bronnen: Miele, programma-overzicht en wasritmes, p. 39–49, en Siemens, programma’s, p. 29–32. De tabel vat programmadoelen samen; maxima en beschikbare opties zijn modelgebonden.
Gebruik voor wol het passende wolprogramma; fijne was is geen automatische vervanger. Wol heeft een eigen behandeling met voorzichtige beweging. Fijne was is bedoeld voor ander kwetsbaar textiel. Ook zijde kan een eigen programma hebben.
De namen verschillen per machine. Siemens beschrijft bij wol zowel handwasbare als machinewasbare wol. Samsung noemt bij wol alleen machinewasbare wol. Bij Samsung staat handwasbaar dun textiel juist bij fijne was. Miele heeft naast wol een zijdeprogramma voor handwasbaar textiel zonder wol.
Een knop ‘Handwas’ geeft daarom geen toestemming voor elk kledingstuk met een handwassymbool. Lees welke stoffen de programmatekst toestaat en volg de beperkingen van de kledingmaker. Staat er ‘alleen handwas’ en ontbreekt bevestiging voor wassen in de machine, was het dan met de hand. Verlaag niet alleen de temperatuur van een ander programma om handwas na te bootsen.
Bronnen: de fabrikanttabellen van Siemens, Samsung en Miele; Woolmark, machinewas en handwas van wol. Woolmark koppelt de behandeling aan het kledingvoorschrift. Geraadpleegd op 13 oktober 2026.
Het programma bepaalt het wasverloop. De temperatuur is een instelling binnen dat programma. Een extra optie voegt iets toe of past een onderdeel aan.
Met de programmakeuze kies je onder meer het wasritme en de spoel- en centrifugeerbehandeling. Met de temperatuurknop verander je de warmte binnen de beschikbare grenzen. Een lagere temperatuur verandert het programma niet in een andere stofbehandeling.
‘Extra spoelen’ voegt een spoelbeurt toe aan een wasprogramma. ‘Spoelen’ in het programmamenu voert een aparte spoelbehandeling uit. ‘Voorwas’ voegt bij de bekeken machines een behandeling vóór de hoofdwas toe. Niet elk programma laat deze opties toe. Vooral bij wol kan de keuze beperkt zijn.
Een apart kort programma heeft een eigen textielomschrijving en belading. Een verkortoptie maakt een gekozen programma korter. Bekijk daarom ook bij een snelknop opnieuw het toegestane vulgewicht.
Houd het maximum van het gekozen programma aan. Het vulgewicht op de machine geldt niet automatisch voor alle programma’s. Bij fijne was en wol ligt de toegestane belading vaak veel lager.
Een bekeken Miele laat bijvoorbeeld 9 kg droog wasgoed toe bij katoen. Kreukherstellend neemt maximaal 4 kg, fijne was 3 kg en wol 2 kg. Gebruik die getallen niet als voorschrift voor jouw machine: zoek de maxima in jouw eigen programmatabel op.
Lees de hele rij voordat je laadt. Bekijk het toegestane materiaal, de maximale hoeveelheid droog wasgoed en de grenzen voor temperatuur en centrifugeren. Lees ook de opmerkingen bij actieve opties. Een optie voor minder kreuk of een kortere duur kan het maximum verder verlagen.
Was kleding samen als alle stukken hetzelfde gekozen programma mogen hebben. Heeft één stuk een andere behandeling nodig, houd het apart. Zo bepaalt een kwetsbare blouse niet ongemerkt de behandeling van de hele handdoekenwas.
Bron: Miele, p. 11 en 39–40 voor droge belading en programmamaxima. Siemens, p. 26 en 29, laat zien dat opties de belading kunnen verlagen. Dit zijn voorbeelden van de genoemde uitvoeringen.
Kies een extra programmanaam op het beschreven wasdoel. ‘Eco 40-60’ is voor normaal vuil katoen dat op 40 °C of 60 °C gewassen mag worden. Het is geen fijnewasprogramma met een andere naam. Een kort programma is vooral bedoeld voor een kleine hoeveelheid licht vuil textiel.
Programma’s voor overhemden, sportkleding, outdoor of dons richten zich op specifiek wasgoed. Kijk of jouw kleding en de eventuele vulling bij de omschrijving passen. Een synthetische buitenstof alleen bepaalt bijvoorbeeld niet hoe een gevulde jas gewassen moet worden.
‘Spoelen’ is nuttig wanneer je alleen wilt spoelen. ‘Afpompen’ voert water af en ‘Centrifugeren’ haalt vocht uit de was. Bij een gecombineerde functie hangen de uitgevoerde stappen af van je instellingen. Dit zijn geen vervangers van een volledige wasbeurt.
Ook stoom en trommelreiniging hebben een eigen doel. Een stoomprogramma voor droge kleding kan ontkreuken zonder te wassen. Trommelreiniging behandelt de machine en draait zonder kleding. Lees dus eerst de programmabeschrijving voordat je wasgoed toevoegt.
Bron: Samsung, programmaoverzicht, p. 40–42, en Siemens, p. 31–32 voor stoom en losse behandelingen. Geraadpleegd op 13 oktober 2026.
We vergeleken op 13 oktober 2026 de programmatabellen van Siemens, Samsung en Miele met de uitleg van GINETEX en Woolmark. Onze keuzevolgorde volgt uit die vergelijking; capaciteiten en instellingen zijn voorbeelden van de beschreven uitvoeringen. Er is geen eigen praktijkproef uitgevoerd.